Wat late herfstblaren

In een tijdschrift zag ik wat vilten eikenblaren en graag wilde ik dit ook eens proberen. Rond de blaren is eerst geborduurd en dan gehaakt. Je merkt het, verschillende handwerktechnieken komen hier samen. En dat is behoorlijk spannend. Ook  was het wat zoeken om al de verschillende materialen bij elkaar te brengen.

Werkwijze:

Eerst ben ik begonnen met het basismateriaal voor de blaren. Eigenlijk moesten die uit vilt gemaakt worden maar vilten kan ik niet zo goed. Ik heb dan bruine wollen stof gezocht en ben daarop met twee verschillende  kleuren wol gaan prikvilten. Maar natuurlijk kwam het tekenen van een paar blaren als eerste werkje.
Ik heb gekozen voor drie verschillende groottes. Mijn grootste blad is ongeveer 11cm hoog, mijn kleinste een vijftal cm. En dan zit er nog eentje tussenin.
De patroontjes zijn op dubbel gevouwen stof gespeld en uitgeknipt.

 

 

 

En dan ben ik mijn priknaalden gaan uitproberen. Doordat ik in stof moest prikken merkte ik dat de naalden fijn moesten zijn. Als je natuurlijk je blaren in vilt kan uitknippen dan kan je ook werken met dikkere naalden en gaat het prikken wat sneller. Maar met zo’n handige prikhouder met vijf naalden ging het ook behoorlijk goed.
Met twee tinten viltwol heb ik mijn blaren bedekt.

 

 

 

 

Voorzichtig heb ik een dun laagje van de bruine wol op het blad gelegd. En dan maar prikken tot alles goed vastzit. Ook de achterkant van het blad is bedekt. Dan zal je merken dat je de vorm van het blad wat verliest. Dus even bijknippen hier.

 

 

 

 

En dan komt er een dun laagje goudkleurige wol op de vorige laag. Ook hier de twee kanten prikken.
Mijn verschillende blaren hebben nu de goeie kleur.

 

 

 

Dan gaan we borduren. Met de festonsteek ga je rond alle blaadjes. Ik heb gewerkt met dunne wol en mijn steekjes liggen vrij dicht bij elkaar.

 

 

 

 

Tijd om te haken. Met haaknaald nr 1,5 ben ik rond de blaren gegaan. Ik ben onderaan begonnen met vaste. Als ik aan de lobben van mijn blad kwam ben ik overgegaan naar halve stokjes en dan stokjes. In de bochten zijn er alleen vaste gehaakt.
Per festonsteek heb ik telkens 2 steken gehaakt maar in de bocht waar echt wat minder ruimte is werd het meestal maar 1 steek.
Je krijgt zo een haakwerk dat de lobben van het blad beter doen uitkomen en tussenin is het allemaal wat kleiner.

Maar dit is echt uitproberen. Ik ben dan ook een paar keer herbegonnen. Gelukkig zijn het korte stukjes. Ik heb een lange draad aan mijn haakwerk gelaten. Die kan ik later dan gebruiken om de hoofdnerf te borduren met de steelsteek.

 

 

 

 

 

 

 

En nu wordt het steeltje gehaakt. Ik heb een 12 tal losse gehaakt en ben dan terug gekomen met halve vaste. Voor de grotere blaren haakte ik een 15 losse en daar overheen een rij vaste. Dit wordt dan vastgezet in het blad.

 

 

 

Tijd om mijn blaren te verzamelen. Tussen de paddenstoelen vinden ze een mooie plek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *